Stichting Zelfbeschikking 
Molukkers en Papoea's

Geschreven door Aad Kamsteeg voor het Nederlands Dagblad, 18 april 2024

Mr. dr. Chris R.S. Soumokil niet vergeten

Vandaag leven we tussen twee data in die voor Molukkers grote betekenis hebben. In de vroege ochtend van 12 april 1966 werd hun voorman Chris R.S. Soumokil op last van de Indonesische president Soeharto op het eilandje Pulai Ubi Besar door een vuurpeloton geëxecuteerd. De reden? Hij was een van de inspirators geweest van de proclamatie op 25 april 1950 van een onafhankelijke Republiek der Zuid-Molukken (RMS), de tweede datum die door Molukkers wordt herdacht.


Ik heb iets met Molukkers. Rechtsgevoel bracht mij als als student politicologie bij de toenmalige stichting Door de Eeuwen Trouw (DDET), de naam van een toenmalig monument op Ambon. Steun kwam uit brede kring. Ik ontmoette de begaafde spreker J.H. Scheps uit de PvdA, maar evengoed VVD’ers als E.H. Toxopeus. Ik leerde er de erudiete J.A. Manusama kennen, als president in ballingschap opvolger van Soumokil.

In 1964 werd ik met een spandoek voor Paleis Soestdijk gearresteerd, om later weer te worden vrijgesproken. We hadden koningin Juliana gevraagd of zij iets kon doen voor de een jaar eerder gevangen genomen Soumokil.
In datzelfde jaar deed ook minister van Buitenlandse Zaken Luns zijn best uitvoering van het doodvonnis te voorkomen.

Uit een lang geheim gebleven notitie blijkt dat Luns Jakarta berichtte dat executie een terugslag kon betekenen in de goede betrekkingen tussen beide landen. Luns vroeg zijn Amerikaanse collega Dean Rusk om met Indonesië bevriende staten over te halen een beroep te doen op clementie voor Soumokil. Vergeefs. Zoveel jaren later ben ik Soumokil niet vergeten. Op de een of andere manier ligt hij me na aan het hart. Gemakkelijk in de omgang schijnt hij niet altijd te zijn geweest. Met Manusama kwam pas geleidelijk een hechte vriendschap tot stand.


Niettemin, Soumokil was wel iemand! Ik doel nu niet zozeer op zijn titels mr. dr., als wel op zijn gevoel voor gerechtigheid en zijn geloof. Eén foto is mij dierbaar. Op de 11e april 1966 mocht Soumokils vrouw Njonja afscheid van hem nemen. Op de foto zie ik dat zij samen met de Molukse dominee Souissa het avondmaal gebruiken. Vlak voor zijn executie las de predikant Psalm 23: ‘De Heer is mijn herder, mij zal niets ontbreken.’
Maar had Soumokil met zijn vechters die waren uitgeweken naar het grootste Molukse eiland Ceram, dan geen geweld gebruikt? Ja, zoals ook Nederlandse calvinistische verzetsstrijders dat in 1940-1945 tegen de Duitse bezetting deden.


Want dat is belangrijk: in 1950 hadden de Molukkers het volkenrecht aan hun kant. Soekarno’s troepen hadden als in een vloedgolf een einde gemaakt aan de overeengekomen federatie om er een eenheidsstaat van te maken.
In mijn archief bevinden zich een paar brieven van Soumokil die hij vanuit Ceram aan DDET schreef. In een ervan vraagt hij ‘ons arme volk te blijven steunen en te strijden voor onze zaak, die ook de uwe is’.
Ook de uwe? Ja, waarom niet? 

Is de oorzaak van veel ellende niet dat brute macht over gerechtigheid heerst en velen daarover zwijgen? Al was het in dit geval alleen maar om de Molukkers, onder wie de inmiddels 89-jarige Njonja Soumokil, nog enigszins recht te doen.